29de Zondag door het jaar

Auteur: Philippe Cochinaux
Datum: 16-10-2022
Liturgische tijd: Door het jaar
Liturgische jaar: C
Jaar: 2021-2022
Lezingen: Jn

Ze had alles om gelukkig te zijn, en dat was ze ook. Enkele maanden geleden is ze heengegaan, geruisloos, al ware het te vroeg. Maar ze was zo sereen, in vrede, met haarzelf en met God, ondanks dat ze graag had gewild dat het leven, haar leven, nog even zou zijn verdergegaan. Op een herfstavond bereikte haar het nieuws, koud en brutaal, als een dolkstoot in haar hart. Er sijpelde als een straaltje bloed langzaam uit haar, tot ze geheel uitgeput en ‘op’ was. Er kwam een tijd van opstand, van een schreeuw van lijden, een tijd van ‘waarom ik ?’.

Haar gebed was eerst een zachte klaagzang, die echter snel in woede omsloeg. Vervolgens, langzaamaan, is er een tijd van smeken gekomen, een aanhoudende vraag opdat alles zou mogen veranderen, weer worden zoals het vroeger was. Ze geloofde erin. Ze hoopte. Ze weigerde de moed te verliezen en ze bleef uitzien, vanuit het diepste van haar wezen, naar wat we een mirakel zouden noemen. Maar haar krachten verlieten haar, beetje bij beetje. Ze vroeg, ze smeekte, ze hield vol. Niets hielp en tegenover haar vragen weerklonk niets dan stilte, een diepe stilte, als de echo van een afwezigheid. God leek zo ver af, God leek zo doof.

 

Het verhaal dat ik jullie hier vertel, heb ik niet uitgevonden, en ik denk dat velen hier aanwezig er een gezicht of een voornaam op zouden kunnen plakken. Het is een verhaal dat zich meervoudig voordeed en nog voordoet. Ze riep dag en nacht, zoals de weduwe in het Evangelie. Niets veranderde. Op een nacht hield ze op, als bij toeval. Nooit heeft ze geweten waarom juist. Langzaam werd ze zich opnieuw bewust van haar eigen ademhaling, van de noodzaak om los te laten, om zichzelf te verlaten om weer tot zichzelf te kunnen komen. Ik heb de wonderlijke ervaring van het gebed mogen ondergaan, zo vertelde ze me, zijnde die neerdalende beweging van het hoofd naar het hart, die mijn diepste wezen blootlegt. Maar ook de beweging van – omzeggens – mijn lever naar mijn hart. De ervaring van een onstuimig gevoel, van een getril dat eindelijk tot kalmte komt en zich uitzuivert om geheel en al liefde te worden. Vanaf die dag werd haar leven tot tederheid. Ze besloot om haar ogen te openen voor de duizend-en-één kleine wonderen des levens, om zich te laten verrassen door de schoonheid van eenvoudige gebaren. Niets verwachtte ze nog, maar alles ontving ze, zonder schuld noch spijt. Ze gaf zich er rekenschap van dat haar gebed niet nutteloos was, maar dat ze verhoord was. De God die ze ontmoet had in haar intimiteit had niet de loop van haar geschiedenis noch die van haar ziekte gewijzigd. Maar Hij openbaarde zich integendeel op onverwachte wijze, daar waar ze Hem nooit verwacht had, in haar naasten, in alle uitgewisselde tekens van vriendschap. God was haar metgezel, steunde haar, reikte haar de arm, zo zei ze. God openbaarde zich aan haar zoals Hij dit voorheen nooit gedaan had. ‘Ik was blind, maar vandaag zie ik eindelijk.’ Kijk, zo vertrouwde ze me toe, naar wat ze ‘het mysterie van de oceaan’ noemde. Onze ogen zien slecht het oppervlak. Maar daaronder gaan onpeilbare diepten schuil, en wonderen die we ons niet kunnen voorstellen. Zo gaat het ook wanneer we onze ogen openen voor het leven. In onze kwetsbaarheid durven we onder de oppervlakte gaan om het hart te peilen van wie we ontmoeten. Dan hebben we niets meer te verliezen, maar alles te winnen. De idee van Gods afwezigheid transformeert zich in vreugdevol gejuich bij zijn geopenbaarde aanwezigheid in zovele gaven, zovele blikken, zovele glimlachen. Vanaf dat moment was er geen nood meer om zich te verbergen. ‘U bent mooi’, zo sprak ze tot me met gesloten ogen. ‘Ik kan enkel nog die innerlijke schoonheid zien. En ik heb nergens spijt van, want deze afgelopen maanden zijn alle ontmoetingen werkelijk mooi geweest. God was met mij.’


Dankje, dame uit mijn verhaal, jij die zo mooi was bij je overlijden, om ons eraan te herinneren, van over de grens van het eeuwige leven heen, dat God zich openbaart in alle kleine gebeurtenissen die dragend zijn voor ons leven. Dankzij u, zullen we misschien ontdekken hoe waar deze woorden uit het boek Openbaring zijn (3,20) : ‘Ik sta voor de deur en Ik klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij.’ Dat wij in het diepste van onze stilte Hem mogen horen die aan onze deur klopt en zich bij ons uitnodigt. In gebed kunnen wij Hem dan ons antwoord geven.

Amen.

Preek van de week

Inschrijving

Indien u iedere week een voorstel van preektekst van een dominicaan of een lekendominicaan wilt ontvangen, vragen wij u om uw inschrijving te bevestigen door te klikken op de link. Wij danken u bij voorbaat voor uw interesse in ons initiatief.

Onze preken

  • 7de zondag door het jaar

    7de zondag door het jaar

    In een recent interview (in K&L) zegt Jean Bastiaens, de afscheidnemende directeur van het Brugse Bijbelhuis: “De bijbel is geen Read More
  • 6de zondag door het jaar

    6de zondag door het jaar

    Een van mijn leermeesters, een wijze universiteitsprofessor met veel gezond verstand, heeft me ooit gezegd: “Gewoon goed, is ook goed”. Read More
  • 2de Zondag door het jaar

    2de Zondag door het jaar

    Zo’n twintig jaar geleden heb ik tijdens een zondagsviering een verbazende, ja, zelfs bevreemdende ervaring meegemaakt. Voor mij, zat een Read More
  • 1
  • 2